majorettes zijn van de duivel
het verleden heeft me dat geleerd
ook al is de gloed van toen
nog niet helemaal geheeld
ja-knikkers zijn als nikkertjes
op een sokkel bij de slager
in de kerk aan het zij-altaar
ik word zilverpapier gewaar
hun huid werd niet witter
pastoors en nonnen nu zwijgen
voorgoed, en werkelijk
het huis is geen schaapstal meer
in mijn hart heb ik geleden
onder honger naar gerechtigheid
bestrooid met hun parfum
als schijnheilige schaduw van toen
ik ben in hun boom geboren
weet nog gebeden uit die glorietijd
niet alles was verkeerd
geloof me maar |